Belastingplan 2027- Maatregelen ondernemingen

Prinsjesdagspecial - Belastingplan 2019-

In deze Prinsjesdagspecial staan de belangrijkste voorstellen uit het Belastingplan 2027 en aanvullende wetsvoorstellen voor u op rij. De voorgestelde maatregelen zullen per 1 januari 2027in werking treden, tenzij anders vermeld.
 

Verhoging energie-investeringsaftrek (EIA)

De energie-investeringsaftrek geeft je – naast de normale afschrijving – een extra aftrek voor aan-gewezen energiezuinige bedrijfsmiddelen. Tijdige melding en opname op de Energielijst zijn daarbij vereist.

Vanaf 1 januari 2027 stijgt het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek van 40 naar 45,5%. De hogere aftrek verlaagt de fiscale winst en daarmee de belasting die over de winst is ver-schuldigd. 

Door het hogere belastingvoordeel vallen de uiteindelijke kosten van een energiezuinige investering lager uit. Het voordeel geldt alleen als het bedrijfsmiddel op de Energielijst staat van RVO, tijdig wordt gemeld en aan de overige voorwaarden voldoet. Houd daarom rekening met het investerings-moment en de ingebruikname.

Tip! 
Controleer vóór het aangaan van de investeringsverplichting of het bedrijfsmiddel op de Energielijst staat en bewaak de meldingstermijn van drie maanden. 

Verlaging en afschaffing stakingsaftrek en meewerkaftrek

De stakingsaftrek vermindert eenmalig de belaste stakingswinst. De meewerkaftrek geeft onder voorwaarden een aftrek als de partner zonder zakelijke beloning in de onderneming meewerkt.

De stakingsaftrek daalt van maximaal € 3.630 naar € 908. Ook de percentages van de meewerkaf-trek gaan fors omlaag: van 1,25%, 2%, 3% en 4%, naar respectievelijk 0,32%, 0,5%, 0,75% en 1%. Beide regelingen verdwijnen aan het begin van het derde kalenderjaar na het jaar waarin de verla-ging ingaat. Bij inwerkingtreding per 2027 vervallen de regelingen dus per 1 januari 2030.

Staak je je onderneming tussen 2027 en 2029? Dan kun je aanzienlijk minder stakingswinst vrijstel-len. Ook het fiscale voordeel van een meewerkende partner neemt sterk af. Vanaf 2030 vervallen beide aftrekposten volgens het voorstel volledig.

Tip! 
Wil je binnen enkele jaren stoppen of werkt je partner mee? Laat dan berekenen wat deze afbouw voor jouw situatie betekent. 

Verdere verlaging zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek is een vast bedrag dat je als IB-ondernemer van de winst mag aftrekken als je voldoet aan het urencriterium.

De zelfstandigenaftrek daalt per 1 januari 2027 van € 1.200 naar € 900. Voor latere jaren is niet zon-der meer zeker dat het nominale bedrag € 900 blijft, omdat toekomstige indexering of wetgeving het bedrag kan wijzigen.

Heb je recht op de volledige aftrek? Dan krijg je in 2027 € 300 minder aftrek dan in 2026. Hierdoor stijgt de winst vóór toepassing van de mkb-winstvrijstelling. Het netto-effect hangt af van het belas-tingtarief en de heffingskortingen.

Tip! 
Laat bij een structureel hogere winst (opnieuw) berekenen of ondernemen via een bv voordeliger wordt.

Verlaging en afschaffing startersaftrek

De startersaftrek geeft startende ondernemers een extra aftrek boven op de zelfstandigenaftrek. Je kunt deze aftrek onder voorwaarden maximaal drie keer in de eerste vijf ondernemersjaren toepas-sen.

De startersaftrek bedraagt in 2026 nog € 2.123. De startersaftrek wordt verlaagd naar € 10 per 1 januari 2027 en vervalt volledig per 1 januari 2028. Dit geldt ook als je vóór 2027 bent gestart en de aftrek nog niet drie keer hebt toegepast. Er is geen overgangsrecht, waardoor niet-benutte mogelijk-heden verloren gaan. Ook de willekeurige afschrijving voor starters vervalt per 1 januari 2028. 

De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt per 1 januari 2029 afgeschaft. De huidige maxi-mumbedragen zijn € 12.000 in het eerste jaar, € 8.000 in het tweede jaar en € 4.000 in het derde jaar. 

Let op! 
Deze regeling geldt als je niet voldoet aan het urencriterium van 1.225 uur, maar wel aan het ver-laagde urencriterium van 800 uur én recht hebt op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. 

Verruiming forfaitaire regeling innovatiebox

Maakt je onderneming gebruik van de innovatiebox? Dan kun je vanaf 2027 mogelijk een groter deel van de innovatiewinst eenvoudig tegen een lager belastingtarief laten belasten. Binnen de forfaitaire regeling wordt 25% van de winst aangemerkt als innovatiewinst en belast tegen 9% in plaats van het reguliere vennootschapsbelastingtarief. Het maximale bedrag waarvoor deze regeling geldt, stijgt volgens het voorstel van € 25.000 naar € 100.000. Met deze verruiming maakt het kabinet de innova-tiebox aantrekkelijker voor de mkb-ondernemer. De forfaitaire regeling vraagt minder administratie dan een regulier innovatiebox-traject en biedt daardoor sneller toegang tot het fiscale voordeel.

Maakt je onderneming gebruik van de WBSO en beschik je over een S&O-verklaring? Onderzoek dan of de verruimde regeling voordeel oplevert voor je onderneming. Sluit een regulier innovatiebox-traject later beter aan? Dan stap je alsnog over.

Tip! 
Breng je innovatieactiviteiten goed in kaart. Zo zie je direct of je onderneming vanaf 2027 gebruik-maakt van de verruimde forfaitaire regeling en welk belastingvoordeel dat oplevert.

Samenloop excessief lenen bij vererfd aanmerkelijk belang

De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap belast bovenmatige schulden van een aanmerkelijk-belanghouder aan de eigen vennootschap in box 2. Het bovenmatige deel wordt aangemerkt als een fictief regulier voordeel.

Na overlijden kunnen erfgenamen zowel de aandelen als een schuld aan de vennootschap erven. Ook kan binnen 24 maanden na het overlijden een schuld worden aangegaan die leidt tot een fictief regulier voordeel.

Vanaf 1 januari 2027 kan een faciliteit voor een vererfd aanmerkelijk belang niet meer worden toege-past op dit fictieve reguliere voordeel. Deze faciliteit zorgt, onder voorwaarden, voor een onbelaste dividenduitkering binnen 24 maanden na overlijden. De faciliteit is bedoeld voor daadwerkelijke divi-denduitkeringen binnen 24 maanden na overlijden, waarmee onder voorwaarden inkomstenbelasting en erfbelasting kunnen worden betaald. De wetgever wil voorkomen dat de faciliteit wordt gebruikt om de heffing over een bovenmatige schuld uit te stellen.
Voor erfgenamen met een bovenmatige schuld kan daardoor eerder box 2-heffing verschuldigd zijn. Een daadwerkelijke dividenduitkering binnen 24 maanden na overlijden kan onder de bestaande voorwaarden nog wel van de faciliteit gebruikmaken.

Tip! 
Breng bij estate planning niet alleen het aanmerkelijk belang, maar ook eventuele schulden van de dga aan de eigen bv zorgvuldig in kaart. Zo voorkom je onverwachte fiscale gevolgen voor je erfge-namen. 

Afschaffing doelmatigheidsmarge doorschuifregeling inkomstenbelasting

De BOR in de schenk- en erfbelasting en de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting beperken belastingheffing bij overdracht van een reële onderneming. Beleggingsvermogen valt in beginsel buiten de faciliteiten. Tot nu toe geldt voor de doorschuifregeling nog een doelmatigheidsmarge. Daardoor kan beleggingsvermogen tot 5% van het ondernemingsvermogen toch onder de faciliteit vallen.

De doelmatigheidsmarge in de schenk- en erfbelasting is per 1 januari 2025 al afgeschaft. Voor de doorschuifregeling is de afschaffing al wettelijk geregeld, maar de ingangsdatum staat nog niet vast. De verwachting is dat de maatregel niet eerder dan 1 januari 2028 ingaat. 

Bij een bedrijfsopvolging kan het geplande moment van overdracht daardoor invloed hebben op de fiscale uitkomst. Ook de samenstelling van het ondernemingsvermogen speelt een essentiële rol. Het is daarom belangrijk om tijdig vast te stellen welk vermogen kwalificeert als ondernemingsver-mogen en welk vermogen als beleggingsvermogen.

Tip! 
Heb je plannen voor een bedrijfsopvolging? Beoordeel dan tijdig welk vermogen ondernemingsver-mogen is en welk vermogen als beleggingsvermogen kwalificeert.

Verhoging effectief tarief middellijk lucratief belang

Een lucratief belang is een vermogensrecht waarmee een relatief hoog rendement kan worden be-haald in verhouding tot de investering. Het komt vooral voor bij managementparticipaties. Een lucra-tief belang wordt in box 1 belast. Houd je een lucratief belang middellijk via een eigen bv? Dan kan dit onder voorwaarden in box 2 worden belast.

Vanaf 1 januari 2028 wordt de heffing over bepaalde managementparticipaties die via een eigen bv worden gehouden, verhoogd. De berekening wordt aangepast met een vermenigvuldigingsfactor, zodat het effectieve tarief hoger uitkomt. De maatregel is al aangenomen bij het Belastingplan 2026 en treedt per 1 januari 2028 in werking.

Houd je een managementparticipatie via een eigen bv waarvoor de lucratiefbelangregeling geldt? Dan kun je vanaf 2028 te maken krijgen met een hogere belastingdruk. Bestaande participatieplan-nen moeten daarom opnieuw worden doorgerekend op netto-opbrengst, timing en de voorwaarden voor box 2-heffing.

Tip! 
Houd je een managementparticipatie via een eigen bv? Laat dan vóór 1 januari 2028 de fiscale gevol-gen doorrekenen. Daarbij verdienen de verwachte opbrengst, de timing van een exit en de voorwaar-den voor toepassing van box 2 bijzondere aandacht.

Aanpassing kwijtscheldingswinstvrijstelling

Wordt een schuld kwijtgescholden? Dan hoeft het financiële voordeel daarvan onder voorwaarden niet te worden belast. Hiervoor geldt de kwijtscheldingswinstvrijstelling.
Voor de meeste mkb-ondernemingen verandert de kwijtscheldingswinstvrijstelling niet. Wel wordt de regeling vanaf 2027 aangepast voor bepaalde financiële ondernemingen zoals banken en verzeke-raars die onder toezicht staan van De Nederlandsche Bank.

De wijziging zorgt ervoor dat een schuldvermindering die De Nederlandsche Bank oplegt bij de af-wikkeling van zo’n financiële onderneming voor de vrijstelling hetzelfde wordt behandeld als een schuld die door een schuldeiser wordt kwijtgescholden. De aanpassing geldt voor boekjaren die op of na 1 januari 2027 beginnen.

De wijziging zorgt ervoor dat verschillende vormen van schuldvermindering fiscaal op dezelfde ma-nier worden behandeld. De aanpassing geldt voor boekjaren die op of na 1 januari 2027 beginnen.

Aanpassing bewijsvermoeden bedrijfsfusie en splitsing

Een bedrijfsfusie of juridische splitsing kan onder voorwaarden fiscaal geruisloos plaatsvinden. De belastingheffing over stille reserves schuift dan door naar een later moment.
Vanaf 1 januari 2027 vervalt het wettelijke vermoeden dat een fusie of splitsing vooral fiscaal is in-gegeven wanneer de verkregen aandelen binnen drie jaar worden verkocht. Verkoop je de aandelen binnen die periode? Dan leidt dat niet langer automatisch tot een verzwaarde bewijspositie. Dit is niet mogelijk als de fusie of splitsing vooral fiscaal gedreven is.

Deze wijziging volgt uit een uitspraak van de Hoge Raad. De Belastingdienst blijft ook na 2027 be-oordelen of een reorganisatie zakelijke redenen heeft, maar de automatische fiscale verdenking bij verkoop binnen drie jaar verdwijnt. 

Dat biedt meer zekerheid bij een toekomstige verkoop. Een goede onderbouwing van de zakelijke redenen voor de fusie of splitsing blijft wel belangrijk.

Tip! 
Leg vooraf vast welke zakelijke redenen aan de fusie of splitsing ten grondslag liggen.

 Afschaffing bosbouwvrijstelling per 1 januari 2029

Behaalt je onderneming opbrengsten uit bosgrond of bosbouwactiviteiten? Dan krijg je vanaf 1 januari 2029 mogelijk te maken met een hogere belastingrekening. De bosbouwvrijstelling ver-dwijnt namelijk volgens het Belastingplan 2027. Daardoor worden opbrengsten uit bosbouw voortaan belast in de inkomsten- of vennootschapsbelasting.

Tip! 
Wacht niet tot 2029, maar laat nu al inzichtelijk maken wat deze wijziging voor je onderneming bete-kent. Zo voorkom je verrassingen en kun je tijdig anticiperen op een mogelijke lastenverzwaring.