Het kabinet beschrijft vier scenario’s inzake box 3:
Scenario 1 bevat verbeteringen aan het bestaande wetsvoorstel, waaronder een carry-back, een lagere belastingdruk en verbeteringen voor mensen die te maken hebben met levensgebeurtenissen zoals huwelijk of scheiding. Ook kan duurzaam beleggen worden gestimuleerd en is een wetsvoorstel uitgewerkt om de behandeling van start- en scale-ups te verbeteren. De fundamentele bezwaren tegen een vermogensaanwasbelasting worden hiermee niet weggenomen.
In scenario 2 wordt de Wet werkelijk rendement box 3 vanaf 2028 als tussenstap ingevoerd, waarna in 2030 een volledige vermogenswinstbelasting kan volgen.
Scenario 3 trekt het wetsvoorstel juist in. Het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijs blijft dan tot 2030 bestaan. Deze route kent de hoogste cumulatieve budgettaire derving.
Scenario 4 breidt de vermogenswinstbelasting al vanaf 2028 uit naar alle financiële instrumenten. Daarmee valt circa 90% van het vermogen met waardeontwikkeling in box 3 onder een vermogenswinstbelasting. Deze snelle route doet volgens het kabinet echter een groot beroep op het doenvermogen van belastingplichtigen en heeft ingrijpende gevolgen voor de uitvoerbaarheid en handhaving.
