EU-Hof: Belgische heffing voor niet-ingezetenen in strijd met vrij verkeer werknemers

Grenswerkers uit Nederland die in België werken kunnen belasting terug gaan vragen. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft geoordeeld dat de Belgische regeling voor zogeheten opcentiemen voor niet-ingezetenen onder omstandigheden in strijd is met het EU-recht.   

Doorslaggevend is of de belastingdruk voor niet-inwoners hoger uitvalt dan die voor inwoners in een vergelijkbare situatie.

Opcentiemen

De zaak draait om een in Frankrijk wonend echtpaar, van wie één partner deels in België werkte en zij daarnaast Belgisch vastgoed bezaten. Als niet-ingezetenen werden zij in België belast voor de inkomstenbelasting, vermeerderd met een federale toeslag van 7 procent. Die opcentiemen zijn bedoeld als tegenhanger van de aanvullende gemeentelijke belastingen die Belgische inwoners betalen boven op hun personenbelasting.
Juist die systematiek leidt volgens het Hof tot een mogelijk verboden verschil in behandeling. Waar inwoners te maken hebben met gemeentelijke opcentiemen die variëren van 0 tot 9 procent afhankelijk van de woonplaats, geldt voor niet-ingezetenen een vast percentage. Daardoor kan de totale belastingdruk voor grenswerkers en andere niet-inwoners hoger uitvallen dan voor inwoners met een vergelijkbaar inkomen.

Beperking vrij verkeer

Volgens het Hof vormt een dergelijke hogere belastingdruk een beperking van het vrije verkeer van werknemers binnen de Europese Unie. Het argument dat de regeling beoogt de belastingdruk tussen inwoners en niet-inwoners te nivelleren, rechtvaardigt dat verschil niet wanneer die gelijkheid in de praktijk niet wordt bereikt.
Het Hof laat de feitelijke toets nadrukkelijk over aan de nationale rechter. Die moet vaststellen of in het concrete geval daadwerkelijk sprake is van een hogere belastingdruk voor de betrokken niet-ingezetenen. Pas dan is sprake van strijd met het EU-recht.

Grote gevolgen

De uitspraak kan verstrekkende gevolgen hebben voor grenswerkers, onder wie duizenden Nederlanders die in België werken. Zij kunnen, afhankelijk van hun situatie, belasting terugvorderen. Daarbij geldt dat bezwaar in beginsel binnen een jaar na de aanslag moet worden gemaakt, terwijl onder voorwaarden ook via een ambtshalve herziening tot vijf jaar kan worden teruggegaan.
Voor België zelf dwingt het arrest tot aanpassing van de regeling. Dat kan door de heffing voor niet-ingezetenen te verlagen of door de belastingdruk voor inwoners meer te uniformeren. Beide opties raken aan gevoelige punten in het Belgische fiscale stelsel, waarin gemeenten een belangrijke rol spelen bij het vaststellen van aanvullende belastingen.
De uitspraak van het Hof is hier te vinden.

Bron: Fiscaal Vanmorgen